Nederlanders (15+) hebben in 2014 gezamenlijk € 13,96 miljard (inclusief BTW) uitgegeven aan online aankopen. Aan online aankopen van producten is in 2014 € 7,02 miljard uitgegeven, aan diensten heeft de Nederlandse consument online € 6,94 miljard besteed. Vergelijken we productverkoop met de Nederlandse detailhandel dan is het online aandeel gestegen van 6,6% in 2013 naar 7,6% in 2014. Daarover later in deze blogpost veel meer. Laten we beginnen met de basis cijfers uit de nieuwste Thuiswinkel Markt Monitor, uitgevoerd in opdracht van Thuiswinkel.org door GfK en mogelijk gemaakt door PostNL.’

Groei online bestedingen 2e helft 2014 grootste in laatste 5 jaar

Kijken we naar de groei van de online bestedingen dan bedroeg die in 2014 8,4%, vergelijkbaar met de groei van 2012 en 2013 (8,6% versus 8,5%). Maar het is opvallender als we de halve jaren met elkaar vergelijken. In de laatste 5 jaar zijn de online consumentenbestedingen niet zo hard gestegen als in de tweede helft van 2014. Het stijgingspercentage van de periode juli-dec 2014 bedroeg maar liefst 11,9%, meer dan de groei in die periode in 2013 (8,6%), 2012 (8,7%), 2011 (8,5%) en 2010 (11,6%).

Groeipercentage 1e halfjaarGroeipercentage 2e halfjaar
2010n.a.11,6%
201110,3%8,5%
20128,5%8,7%
20138,4%8,6%
20145,0%11,9%

Bron: GfK Consumentenpanels en Thuiswinkel Markt Monitor Blauw Research 2013-2

Online aandeel verkoop diensten aanzienlijk hoger dan bij producten

De absolute online bestedingen aan producten (€ 7,02 miljard) enerzijds en diensten (€ 6,94 miljard) anderzijds zijn nagenoeg gelijk aan elkaar. Kijkend naar de online aandelen zijn er echter grote verschillen zichtbaar tussen aankopen van producten en diensten.

De zeven miljard euro die Nederlanders in 2014 online uitgeven aan de aankoop van producten, zoals kleding, elektronica en speelgoed, vertegenwoordigt 10,2% van de totale bestedingen aan productaankopen. Maar als het gaat om de aankoop van diensten, zoals reizen en verzekeringen, is een ander beeld vast te stellen: 67% van alle bestedingen aan aankopen van diensten komt voort uit het online kanaal.

In totaal is hiermee 17,6% van alle bestedingen binnen de totale markt, zoals die binnen de definitie van de Thuiswinkel Markt Monitor is geformuleerd, afkomstig uit het online kanaal. Voor webwinkels en retailers zijn deze aandelen belangrijk, omdat ze het beste beeld geeft hoe het met hun specifieke product- of dienstencategorie gesteld is.

Aandeel online producten in Nederlandse detailhandel circa 7,6%

Een andere veel gehanteerde benchmark is natuurlijk die van online verkochte producten versus de verkochte producten en goederen in de detailhandel. Vergelijken we bestedingen aan online gekochte producten met de totale bestedingen aan consumentenproducten, dan bedraag het online aandeel inmiddels circa 7,6%. Ik moet hier het woordje circa bijzetten omdat we gebruik hebben gemaakt van de meest recente ramingen die we in de afgelopen week met het CBS hebben overlegd.

Totale bestedingen van huishoudens aan producten bijna  €93 miljard

Deze cijfers komen ook overeen met de detailhandel cijfers die het Ministerie van Economische Zaken morgen gaat publiceren bij het overhandigen van de Retailagenda aan Minister Kamp. In een overleg met de immer kritische vastgoedsector afgelopen vrijdag, kon men zich ook daar vinden in de totale bestedingen van huishoudens aan producten, die op basis van CBS cijfers dus geschat worden op bijna €93 miljard.

Het online aandeel van gekochte producten in vergelijking met de totale bestedingen aan consumentenproducten bedroeg dus circa 7,6%. Het online aandeel steeg daarmee een volle procent punt ten opzichte van 2013, toen het online aandeel circa 6,6% bedroeg. Daarmee kunnen we voorzichtig afleiden dat er in 2014 sprake was van een lichte groei van consumentenbestedingen, maar dat die hele klein groei van zo’n half miljard euro, volledig tot stand komt door de groei van de online aankoop van producten, die € 7,02 miljard euro bedroeg. Het is een trend die ik bijvoorbeeld ook in de Verenigde Staten onlangs hoorde: de stijging van detailhandelsverkopen worden ook in de Verenigde Staten veroorzaakt door de verdere groei van online aankopen van producten.

Welke cijfers worden niet meegerekend?

Voor de kritische lezers van deze blog en de cijferfetisjisten: in de definitie van consumentenbestedingen van Thuiswinkel.org en GfK zijn de detailhandels uitgaven van consumenten in tankstations, bij apothekers en in delen van de ambulante handel niet meegenomen. Voor( web)winkels zijn deze ook niet zo relevant natuurlijk. In de cijfers en ramingen van CBS –zij spreken van totale bestedingen van huishoudens- zijn deze uiteraard wél meegenomen.  Niet meegenomen in de cijfers van alle partijen zijn voertuigen (auto’s, motoren), evenals uitgaven van huishoudens voor energie en brandstoffen.

Ook de uitgaven aan  keukens zijn niet meegenomen door alle partijen: door Thuiswinkel.org en GfK niet omdat er nog nauwelijks keukens online worden gekocht, door het CBS niet omdat zij de aanschaf van keukens zien als een investering. Ik kan me voorstellen dat we de aanschaf van keukens in de komende jaren wel gaan meerekenen. In de cijfers van CBS zitten bijvoorbeeld wel weer de consumentenbestedingen van (legale) koffieshops. Dat je het maar weet. En alle cijfers, van zowel Thuiswinkel.org, GfK en CBS zijn uitgaven van consumenten en huishoudens inclusief BTW.

Meer over online consumentenbestedingen in de Thuiswinkel Markt Monitor

Al deze cijfers komen, zoals hopelijk bekend, uit de nieuwste Thuiswinkel Markt Monitor. Hét onderzoek naar online consumentenbestedingen in Nederland. Dit onderzoek wordt in opdracht van Thuiswinkel.org uitgevoerd door GfK en mogelijk wordt gemaakt door PostNL. Door de hulp van PostNL zijn we in staat om het onderzoek gratis aan te bieden, 4x per jaar maar liefst, aan al onze meer dan 2100 leden en aan al onze trouwe business partners. Kijk op onze website ook even naar het filmpje dat PostNL heeft gemaakt. Zo’n filmpje zegt vaak meer dan zo’n lange blogpost met cijfers en analyse. Maar dat mag de lezer zelf concluderen.

- Bron: Wijnand Jongen (wijnandjongen.nl)